woensdag 18 augustus 2021

Vilagarcia d’Arousa – Madeira

 





We houden een ruime week vakantie met Jari en Isa langs de Galiciaanse kust. We bezoeken prachtige strandjes, een lokale markt, rustige ankerbaaitjes en houden een ware schranspartij in een ‘all vegan’ restaurant in Vigo. Dan is het al weer tijd om afscheid te nemen. Terug aan boord heb ik ineens een soort van heimwee. Ik mis mijn familie en vrienden. Ik besluit de eerste nood-chocoladereep die we van Bram en Hanna hebben gekregen te nuttigen om de stemming weer wat op te doen bloeien en laat het verder maar over me heenkomen. De volgende dag voel ik me gelukkig al weer stukken beter. We zijn gisteren naar Baiona gevaren, een stadje waar we erg veel goede herinneringen aan hebben. We waren hier acht jaar geleden ook, onderweg naar de Caraïben, in de herfst. De sfeer is nu geheel anders. Aan land wemelt het van de Spaanse toeristen, de ankerbaai ligt vol met jachten waar met hoge snelheid tussendoor wordt gevaren met speedboten en jetski’s. Dit was precies het laatste zetje dat we nodig hadden om te besluiten het vaste land van Europa te verlaten. Bij het eerste gunstige weervenster gaan we dan ook anker op en zetten koers richting Porto Santo, een oversteek van ongeveer 650 mijl.



Zoals meestal in Galicië staat er ‘s ochtends nauwelijks wind. We glijden rustig de baai uit en de zee is vlak. Als de wind wat begint op te bouwen maken we goed snelheid en nog voor het einde van de ochtend vliegen we met meer dan 7 knopen over het water. Dan zie ik een vin! Dat lijkt wel een haai! Maar nee, die vin flapt wel heel raar heen en weer. Dan zie ik weer zo’n vin, nu vlak naast de boot. Ik sta op om het beter te kunnen zien. Het blijkt een maanvis van zo’n 60 cm doorsnede! Ik heb nooit geweten dat maanvissen zo dicht aan de oppervlakte zwemmen, wat gaaf om te zien!

Intussen bouwt zowel de wind als de zee verder op. We trekken het eerste rif in het grootzeil en niet lang daarna ook het tweede. Aan het einde van de middag halen we de kotterfok er tussen uit. De zee is inmiddels opgebouwd tot een klotsende massa en we merken dat we nog niet helemaal ingeslingerd zijn. Als de wind nog verder doortrekt zetten we voor het eerst deze reis het derde rif en nog later verruilen we de yankee voor de kotterfok. Voor het donker is varen we alleen op de kotterfok, waarmee we nog steeds met zeven knopen van de inmiddels flinke golven af glijden. Heros ligt braaf onder het helmhout, maar krijgt af en toe een flinke bak water over zich heen van een tegen de boot brekende golf. Het water waait van de toppen van de golven en er staat toch zeker een goede windkracht zeven. Hoewel het zeker oncomfortabel is houdt de Deinemeid zich goed. Het is moeilijk slapen in deze omstandigheden. Gelukkig is de nachtwacht prachtig door een verbijsterende maanloze sterrenhemel en een vrijwel constante regen van vallende sterren.

Na een vermoeiende nacht nemen wind en zee dan eindelijk weer wat af en voor de middag varen we al weer onder standaard tuig. De zee wordt snel rustiger en met goede vaart vliegen we weer heerlijk over de golven richting Porto Santo. In de wind en de zon droogt alles wat vannacht doorweekt is geraakt snel en zo ligt Heros ‘s middags ook al weer in zijn droge mandje bij te komen van de afgelopen nacht.




De tweede nacht is donker. Een laag bewolking houdt het licht van de sterren bij ons weg. De zee achter ons is echter veranderd in een soort tweede melkweg. Alsof de sterren besloten hebben vandaag eens in de zee in plaats van in de hemel te verblijven. Ik had allerlei luisterboeken gedownload voor deze overtocht. Ik merk echter dat ze me afleiden van al het moois om me heen. Gisteren de indrukwekkende sterrenhemel, vandaag de knalblauwe zee en nu hett lichtgevende gebruis om de Deinemeid blijven mijn blik naar zich toe trekken. Als in een halve trans kan ik maar blijven kijken naar deze wonderlijke en indrukwekkende omgeving.






Hier ben ik. Op mijn bootje. Vlak boven het water. Onderweg.






De rest van de oversteek blijft het weer behoorlijk constant. We hebben een prachtige zee en een heerlijk windje. Altijd genoeg om wat vaart te behouden, niet meer zo veel dat het oncomfortabel wordt. Het water is inmiddels vele graden warmer dan in Galicië en we gooien dagelijks een paar putsen water over elkaar heen bij wijze van douche. We zijn nu goed ingeslingerd en ook de afwisseling van wacht lopen en slapen gaat goed. Dan, in het donker, zien we een vaag schijnsel aan de horizon. Met mijn slaperige hoofd denk ik eerst nog dat het een restant van de ondergegane zon is, maar het blijkt de reflectie van de huizen op Porto Santo in de boven het eiland hangende bewolking. De bebouwing op Porto Santo staat allemaal aan de zuidkant van het eiland. Wij naderen vanaf het noorden. Als we dichterbij komen tekenen grote bergen zich af tegen het weerkaatsende licht in de wolken boven het eiland. Om ons heen zijn vallende sterren. De Deinemeid laat een spoor van lichtjes achter zich. Ineens begrijp ik waarom mensen zouden kunnen willen schilderen. Hoe anders zou je zo iets als dit kunnen vastleggen?




Midden in de nacht varen we de haven van Porto Santo in. We hebben begrepen dat Porto Santo het kleine verlaten zusje van Madeira is. We zijn dan ook verbaasd als de haven stampvol blijkt te liggen. Niet alleen de steigers liggen helemaal volgebouwd, maar ook de havenkom is vol met ankerliggers, met of zonder verlichting. Terwijl we ons best doen geen lijnen van ankerboeitjes in de schroef te krijgen, keren we weer om, de haven weer uit. Heros, die zo ontzettend braaf is geweest, kijkt me teleurgesteld aan. We gingen hier toch de wal op?! Een stuk buiten de haven gaan we voor anker onder het strand. Gelukkig is er net genoeg licht om de lamploos geankerde Fransen te ontwijken. We gaan eerst maar eens slapen, dan zien we morgen wel weer verder.



Na een heerlijk paar uurtjes slaap bel ik met de havendienst. In het kort: Er mag niets en wat er wel mag vinden wij dat niet kan. We voelen ons hier erg onwelkom en het is helemaal niet wat we gehoopt hadden. Het voordeel van een boot is dat je gewoon weg kan gaan als het je niet bevalt. We besluiten door te varen naar Madeira.

Nu wordt het Heros echt te veel. Wachtte hij tot nu toe nog braaf tot we de bijboot in het water zouden gooien, nu gaat de motor weer aan een het anker er weer uit! De volledige 30 mijl tot aan Madeira is de arme hond onrustig. Ik denk dat hij vreest dat we nu, zonder te stoppen, weer een week de zee op gaan…



Na telefonisch contact met de eerste de beste haven waar we langskomen in Madeira blijkt dat we daar gelukkig wel terecht kunnen. Een vriendelijke havenmeester neemt onze lijnen aan, ik spring met Heros van boord en na een kwartiertje snuffelen wil hij al weer terug aan boord. Heros is gelukkig weer gerustgesteld. Nu eens ff lekker bijkomen!





zaterdag 14 augustus 2021

Vilagarcia d’Arousa – Santiago de Compostella



Luiken dicht, stroom goed aangesloten, alle lijnen en stootwillen goed geplaatst en vast, waterpomp en verlichting uit….. We zijn klaar om te gaan!

We laten de Deinemeid twee dagen achter in de marina om naar Santiago de Compostella te lopen, alwaar we Jari en Isa zullen ontmoeten. Het plan is de laatste twee dagen van de route van Padre Sarmiento te volgen. We zoeken een pad de stad uit langs het water en kijken uit naar bordjes die ons de weg wijzen op onze ‘camino’. De prachtige rivier monding nodigt uit om langs het water te blijven lopen, wat we dan ook niet kunnen weerstaan.




We zijn nu ongeveer anderhalf uur aan het lopen en hebben nog geen enkel bordje gezien dat er op wijst dat we op de goede weg zitten. Wel zien we af en toe een oud kruis langs het water. Het pad dat we volgen wordt steeds smaller en af en toe moeten we terug omdat de begroeiing te dicht is om nog door te komen. Marijn krijgt er aardig van langs met zijn korte broek. Zijn benen zitten vol schrammen en brandnetelbultjes. Zou dit wel echt de route zijn? Is het misschien dichtgegroeid door een gebrek aan pelgrims in coronatijd? We zijn nu al 5 uur aan het lopen en we hebben nog maar een derde van de afstand die we voor vandaag gepland hebben afgelegd. Maar dan, net als we beginnen te twijfelen of we nog een kans maken bij ons hotel te komen vanavond, zien we een bordje met het blauw gele teken van de camino’s naar Santiago, en nog een en nog een! Vol goede moed lopen we verder en eindelijk maken we wat efficiënte kilometers. Dan plots eindigt de route, op een oprijlaan van een groot huis. Heros wordt toegeblaft door wel 20 honden die achter het hek wild heen en weer rennen. Bij het water besluiten we even te pauzeren. Ik doe nog een poging een fatsoenlijke route beschrijving te vinden op internet en stuit daarbij op een app met wandelroute’s. Als ik dit eerder had gezien! De hele route van Padre Sarmiento staat er in! De route die wij hebben gelopen was weliswaar erg mooi, maar blijkt praktisch geheel af te wijken van de daadwerkelijke camino. Dat verklaart ook de afwezigheid van wegwijzers en de begroeiing op het pad!





We beginnen onze voeten al aardig te voelen en zijn dan ook blij dat we het laatste stuk niet te veel energie kwijt zijn aan het bepalen van de weg. Om zeven uur ‘s avonds komen we aan bij ons hotel in Padron. In een nabijgelegen restaurant genieten we van de lekkerste ‘Pimentos de Padron’ ooit, die trouwens feitelijk uit Herbon komen, het naast Padron gelegen dorp met vruchtbare grond in plaats van gebouwen. Met een paar biertjes op, meer dan 35 kilometer achter de rug en een goed gevulde maag slapen we diep tot de volgende ochtend.



We willen graag op tijd vertrekken om niet te veel in de hitte te moeten lopen. Vanaf Padron komt ook de Portugese camino bij onze route en we zien nu regelmatig andere wandelaars op weg naar Santiago.



De bewoners in de dorpjes waar we doorheen lopen wensen ons vrolijk ‘bon camino’. Het voelt bijna een beetje als valsspelen, gezien de meeste wandelaars hier al minstens twee weken aan het lopen zijn. Voor hen is dit echt het laatste ‘stukje’. Als de zon doorbreekt in de middag wordt het Heros te veel. Op ieder stukje schaduw dat hij ziet gaat hij liggen en het is duidelijk dat hij écht niet meer verder wil. Dit gebeurt natuurlijk precies bij een groot kruispunt van snelwegen… Ik til Heros het laatste stuk over het hete zwarte asfalt, waarna we rust en verkoeling zoeken in een klein bos. Wanneer we allemaal weer wat bijgekomen zijn en de zon wat in kracht is afgenomen, vervolgen we onze weg naar Santiago. Al snel doemen de buitenwijken op, die overgaan in een soort gigantische oprijlaan naar het centrum met de bekende kathedraal. We hebben het gehaald!




Dan is het vakantie!



zondag 25 juli 2021

Cedeira - Vilagarcia

 


Als ik wakker wordt duurt het even voordat ik begrijp waar ik ben. Een diepe slaap vol heftige dromen gaat over in een oase van rust als ik door het luik naar buiten kijk. Omringd door bergen vol groen en een rotsachtige kust afgewisseld met zandstrandjes ligt de Deinemeid braaf achter haar anker. Het water is vlak als een spiegel en rondom ons zwemmen verschillende groepjes dolfijnen. De meeste vissers lijken vannacht te zijn teruggekeerd van zee en er heerst rust in de baai.

Nu we alles beter kunnen zien dankzij het licht van de dag kruipen we nog wat dichter onder de kust, door dolfijnen terwijl we naar de kade roeien. Zo dichtbij en vanuit ons kleine notendopje zijn het wel indrukwekkende dieren!





De geuren, kleuren, natuur, de gebouwen, de mensen, alles voelt hier anders dan in Frankrijk. De schoonheid is overweldigend. Toch merk ik dat ik nog niet helemaal aangekomen ben. Terwijl ik toch echt in de veronderstelling was dat we minder snel zeilen dan een paard reist, is mijn ziel toch nog een beetje in Bretagne. Bretagne voelde haast als thuis, terwijl ik hier duidelijk een bezoeker ben. Mijn Frans is niet al te best, maar het hele kleine beetje Spaans dat er ergens in mij huist lijkt volledig verdrongen door m’n vocabulair Frans. Stuntelend lukt het wat vers fruit en groenvoer te kopen bij een klein winkeltje in het dorp. Langs de wandelpaden op de berg groeit volop munt en in iedere tuin staat wel een citroen-, appel, sinaasappel-, pruimenboom of meer.


      


In de volgende dagen genieten we van de Spaanse natuur en de talloze dolfijnen en komen we steeds beter in het Spaanse ritme. ‘s Ochtends maken we een lange wandeling, in de loop van de middag komen we weer aan in Cedeira en nuttigen wat drankjes en tapas op ons vaste terrasje, waarna we aan boord gaan om ff heerlijk te chillen. Dan een klein klusje doen en het is al weer tijd voor het avondeten. Wat een zwaar leven!





Langzaam begin ik me steeds meer thuis te voelen hier in Spanje. Ook verdwijnen de Franse woorden verder naar de achtergrond en komen er een paar woordjes Spaans voor terug. Leven is hier betaalbaar en rijk: groenten en fruit zijn bomvol smaak en de lucht is een genot om te ademen.


   


Na een kleine week besluiten we dat het toch echt tijd is om verder te varen. We willen graag om kaap Finistere heen, aangezien dat een verraderlijk stukje water kan zijn. We varen naar La Coruna, om daar nog wat spullen te halen om de badkamer af te maken, wel zo lekker voordat Jari en Isa ons volgende week zullen bezoeken. De Spaanse kustlijn is prachtig in het daglicht. De ene na de andere baai opent zich naast ons en met een mooi briesje kruisen we naar La Coruna, waar we tegenover het kasteel mogen aanmeren.







Al na een dag biedt zich een prachtig weervenster aan om naar de Atlantische kant van Spanje te zeilen. Met alle materialen die we in Coruna hoopten te vinden aan boord gooien we dus weer los. Langs de Atlantische kustlijn van Spanje is de Noordenwind in de zomer ‘s ochtends vaak zwak en neemt dan in de loop van de middag toe tot krachtig, waarna ze in de avond weer afzwakt. We hebben prachtig weer en inderdaad neemt de wind langzaam toe in snelheid en daarmee ook de boot. Aan het eind van de middag komen we aan in Camarinas, waar we direct op verkenningstocht gaan.




Opvallend is dat het hier een stuk droger is dan aan de Noord kust. Ook lijkt de temperatuur vaker wat hoger te liggen. In ieder geval zijn vruchten van dezelfde soort hier al een stuk verder in hun rijpingsproces dan in Cedeira. De baai is prachtig en de havenmeester uiterst vriendelijk. Toch hangt er iets vreemds in de lucht hier, waar we niet zo goed onze vinger op weten te leggen.

Veel huizen staan leeg of zijn zelfs vervallen, tussen de huizen liggen percelen waar wilde planten overheersen. Langs de weg zien we stukjes land waar mensen zelf groenten verbouwen, hoewel het lijkt dat het om een stuk berm gaat. Op het terras is het druk en heerst een volkse gezelligheid. Kinderen worden doorgegeven van het ene naar het andere tafeltje en toeterende auto’s zoeken contact met mensen die aan het drinken zijn.



De volgende ochtend varen we verder zuid. De kustlijn bestaat nu uit steile kliffen, bergen en net boven de zeespiegel uitstekende rotspartijen. Het weer is prachtig en als de wind eenmaal op sterkte is, blijkt het een waanzinnig mooie zeildag. We glijden van de golfjes, terwijl Heros heerlijk ligt te slapen op de zitzak op het achterdek. Eerder dan verwacht opent zich aan bakboord de ria van Arousa. Verschillende eilandjes, ogenschijnlijk bestaand uit een hoopje grote ronde stenen, beschermen de ria tegen de krachten van de Atlantische oceaan. Er liggen hier nauwelijks boeien (anders dan vistuig) en ook staken om onderwater liggende rotsen te markeren lijken de Galiciers onbekend. Het is dus extra goed opletten geblazen om aanvaringen te voorkomen.



Al snel wordt het water vlak en terwijl we oploeven vliegen we haast over het water verder de Ria in. Wanneer ons oog op een prachtig klein strandje, omgeven door rotsen, schijnbaar afgesloten van de bewoonde wereld valt, besluiten we hier het anker te laten vallen voor vannacht. Voldaan genieten we van het uitzicht en de ondergaande zon.




De volgende morgen maken we een flinke wandeling om onze nieuwe verblijfsplaats te ontdekken. Het is duidelijk dat vele Spanjaarden naar deze ria komen om invulling te geven aan hun vrije tijd. Er zijn verschillende campings, van ruim opgezette boomgaarden tot camper parkeerplaatsen in de volle zon. Wanneer we iets verder van de zee komen zijn echter de half verlaten dorpjes en de overweldigende natuur direct weer terug. Hoewel het een prachtige wandeling is, ben ik enigszins onrustig en we besluiten maar weer terug te gaan naar de boot.

Het is altijd een fijn gevoel om de Deinemeid braaf voor anker te zien liggen na een uitje op de wal, dit keer niet anders. Op de klein strandjes tussen de rotsen hebben zich inmiddels flink wat mensen verzameld. Een Spaans gezin heeft zich rondom onze bijboot genesteld en verteld ons vrolijk dat ze hier ieder zondag zitten, als het weer ook maar een béétje te doen is. Ze nemen dan lekker eten mee en genieten van het uitzicht. En ze zijn niet de enige. We zijn nog maar net aan boord en uit alle richtingen komen speedboten en zeilboten aanvaren. Om ons heen regent het vallende ankers. Helaas zijn niet alle schippers even bekwaam in de kunst van het ankeren. Het duurt dan ook niet lang voordat we de buren de hand kunnen schudden van boot tot boot. Als dan ook nog een speedboot met een krabbend anker vol gas achteruit voor onze preekstoel op de kop van de boot langs vliegt besluiten we toch maar te verhalen. Gelukkig blijkt er al weer een prachtig strand een paar honderd meter verderop te liggen, waar bijna niemand voor anker ligt. In mooie zandgrond laten we ons anker zijn werk doen, waarna we genieten van de rust. Wat een luxe als je huis een boot is, dat je gewoon kunt komen en gaan wanneer je daar behoefte aan hebt!



Nog even en dan kunnen we Jari en Isa ophalen in Santiago de Compostella. We willen de Deinemeid in de haven van Vilagarcia d’Arousa leggen en dan de laatste twee dagen van de pelgrimstocht van Padre Sarmiento naar Santiago de Compostella te voet afleggen. Dat wordt vast weer een avontuur!



zaterdag 3 juli 2021

Morgat-Cedeira



Van Morgat zeilen we naar de andere kant van de baai waar zich de stad bevindt waar deze zijn naam aan ontleent: Douarnenez. Er staat een stevige noordenwind en op alleen de fok vliegen we naar de overkant. De steiger bestemd voor passanten blijkt nogal onbeschut tegen de golven die met deze wind de haven binnenlopen. Eenmaal aangemeerd gaat de Deinemeid meer te keer dan toen we nog aan het zeilen waren. De havenmeester komt langs met het verzoek of we aan de binnenkant van de steiger willen gaan liggen. Er komt een filmploeg die van plan is te gaan opnemen op de plek waar wij nu liggen. Ze willen dat het dan lijkt alsof de boot in de hoofdrol op zee zit. Ik vraag me af waarom ze dan niet gewoon op zee filmen en tevens waarom ik al zo vaak hemel en aarde bewogen heb zien worden omdat er ‘gefilmd’ wordt… In ieder geval besluiten we maar mee te werken en met heel wat manouvreerkunst van Marijn lukt het om achteruit in de nauwte aan de andere kant van de steiger te zakken, waar we inderdaad ook wat rustiger blijken te liggen.

 

 

Op straat in Douarnenez worden we verwelkomd door de lokale bevolking. Alles in dit stadje ademt zeilen, boten, wind en water. Iedere middag vertrekt er een hele vloot aan kinderen en volwassenen in zeilende dinghy’s, kano’s, racejachten, traditionele zeilschepen en wat nog meer. Bijna ongelofelijk maar waar: er komen vrijwel geen motoren aan te pas. Er wordt gewrikt, geroeid, gekruist in de haven om in de baai te komen. We voelen ons hier meteen helemaal thuis. Dan blijkt ook nog de hele mini vloot hier te finishen na een 4 daagse wedstrijd (mini is een wedstrijd klasse zeilbootje, vooral bekend door de mini-transat, waar solo zeilers met deze 6,5 meter lange bootjes de Atlantische oceaan oversteken).

 


De omgeving biedt waanzinnig mooie wandelingen, helder water, prachtige strandjes en vriendelijke mensen. Het is dat ik geen voortplantingsplannen heb en graag rond de wereld wil zeilen, maar je zou bijna hier blijven en een gezin stichten, alleen al omdat het zó geweldig moet zijn om hier te mogen opgroeien.

 




Na een geweldig lekker diner (ongelooflijk maar waar: vegan menu op een serieus Frans restaurant!) besluiten we dat we toch maar weer eens verder moeten. Het afscheid doet een beetje pijn, maar nieuwe avonturen liggen voor de boeg.

 


 

Van Douarnenez zeilen we richting de rivier van Brest. We besluiten dit keer de route binnen de rotsen door te nemen. De adrenaline stroom door onze aderen als we bij de smalste doorgang zijn. Links en rechts zie je de zuiging van de deining het water van de rotsen trekken en aan de andere kant de golven meters omhoog vliegen boven diezelfde rotsen uit. Wat is dit een indrukwekkende ervaring!

 

 



Zeer voldaan, maar zeker net zo opgelucht varen we de hoek om de ‘Rade de Brest op’. We besluiten eerst maar weer eens voor anker te gaan in het ons bekende Camaret sur Mer. Heros ruikt het feest der herkenning en wordt helemaal vrolijk als we de baai binnen varen.

De volgende dag varen we verder de rivier op, er is heel weinig wind, maar met de grote genua erop weten we nog net mooi vooruit te komen. In een nauwte tussen twee bergen valt de wind weg en als we een stukje op de motor varen om uit de luwte te komen zien we plots de temperatuurmeter van mr. Perkins omhoog vliegen. Snel zetten we de motor uit en gaan op zoek naar wat dit zou kunnen veroorzaken. We maken de wierpot schoon, die wel enigszins groen aangeslagen is en hopen dat dit het euvel heeft opgelost. Als we de motor weer starten lijkt het even goed te gaan, maar dan schiet de meter al weer omhoog! We besluiten met het kleine beetje wind dat er is naar de dichtstbijzijnde baai te varen die tevens beschutting biedt tegen de voorspelde harde noordenwind om dit probleem verder op te lossen.

Anse de l’Auberlac’h is een prachtige baai waar we mooi op zeil voor anker kunnen. We vullen het koelwater bij en ontluchten het systeem. We controleren de thermostaat en de warmtewisselaars. Alles lijkt naar behoren te werken. We laten de motor weer een tijdje draaien en als de meter uitslaat voel ik aan de motor. Toch voelt deze niet écht heet. Gewoon lekker warm. We durven het bijna niet te hopen, maar zou het dan aan de meter liggen? Met de oventhermometer probeer ik de temperatuur te checken, en deze blijft ruim onder de 80 graden Celsius, zoals het hoort. Voorlopig de motor maar extra goed in de gaten houden, maar het lijkt alsof de motor zelf gewoon helemaal goed is.

 


Een groot geluk bij dit kleine ongeluk is dat we al weer in een omgeving van ongekende schoonheid zijn beland. De volgende dag besluit ik helemaal naar het strand in het Noorden van de baai te roeien met Heros. Het waait flink, dus het is al een hele tocht om daar te komen. Bij een klein visserhaventje knoop ik Carlos vast aan een dikke ketting vanaf waar het onvoorstelbaar mooi wandelen blijkt te zijn langs de rivier die in deze baai uitmondt. Langs de oever groeit zeekraal, waar ik wat van meeneem voor bij het avondeten.

 

 



Dan is het eindelijk zo ver: de tweede prik! We zijn in Brest op de dag van de ploegen introductie van de Tour de France. De hele stad is in feeststemming en we zijn blij dat we op tijd de priklocatie kunnen bereiken. Dit maal zijn het militairen die de injectiespuit hanteren en het militaire ziekenhuis is opgevrolijkt met schilderijen op zeekaarten. Wederom zijn we zeer onder de indruk van hoe goed geregeld die Fransen dit hier hebben en dat terwijl ze tegelijkertijd zo flexibel zijn dat ze een oplossing vinden voor het feit dat wij geen Frans sociaal nummer hebben zonder te morren.

 

 



Na anderhalve dag goed ziek geweest te zijn van een gezonde portie Moderna sta ik precies op tijd aan de start van ‘La Course’, de tour de France voor vrouwen. Om kwart over acht in de ochtend beginnen de vrouwen aan deze zware tocht. In de middag is de beurt aan de mannen van ‘Le Tour’. De marine toetert nog een deuntje en maakt dan dat ze wegkomt om vrij baan te geven aan het peloton, dat direct met flinke vaart de berg op verdwijnt.

 



De Tour de France trekt niet alleen fietsliefhebbers van overal ter wereld aan, tevens hebben talloze wedstrijdschepen zich in Brest verzameld om met sponsoren rond te varen en in de hoop uitgelicht te worden door een overvliegende TV helikopter. We zien onze held Jean le Cam met zijn ‘Yes we Cam’ Vendee globe Imoca ‘Hubert’. Van de winter voer hij nog met dit schip in de zuidelijke oceaan, waar hij een medezeiler uit het water redde, nadat diens schip door de midden gebroken!!! was. Ook een trimaran die probeert het Jules Verne record te breken is aanwezig, de prachtige klassieker Mariquita, de trots van Brest ‘La Recouvrance’ en nog vele andere mini’s, imoca’s en klassieke schepen paraderen mee op de achtergrond van de start van de Tour de France.

 

 


 



Na het geweld van de stad rond de Tour verheugen we ons op een weer wat rustiger omgeving. We varen terug naar Camaret, waar Heros weer helemaal los gaat. Het is duidelijk dat hij de voorkeur geeft aan het strand boven de stad.

Vandaag hebben we een beetje een ‘off day’. Misschien moeten we gewoon maar ff lekker gaan zeilen? We gaan anker op en zetten koers richting Íles de Glenan, een eilandengroep die zou moeten bestaan uit tropisch ogende witte stranden. Het zeilen werkt inderdaad therapeutisch en als de avond komt hebben we helemaal nog geen zin om te stoppen. We kunnen sinds kort weerberichten ophalen via de satelliet en het lijkt er op dat er de komende dagen relatief gunstige wind staat om Biskaje over te steken. We besluiten dit weervenster te pakken! We verleggen koers richting de noordkust van Spanje en maken de Deinemeid nog wat beter zeeklaar. Biskaje we komen er aan!

 


Onze koerwijziging wordt beloond: Al op de eerste nacht worden we verwend met een adembenemende sterrenhemel, die zoveel licht geeft dat je alles kunt zien ondanks de afwezigheid van de maan. Onder ons zorgen luminiscerende algen voor een soort sterren in de zee. Als we dan ook nog vergezeld worden door een groep dolfijnen is het feest compleet. Wat een cadeautje!

 

 

De volgende ochtend gaat het feest verder met zeeleven: we zien een haai, een walvis, jan van genten, grienden, springende tonijnen en nog veel meer dolfijnen! Daarbij hebben we ook nog een prachtige wind, wat het zeilen heerlijk maakt.

 

 

 

 

De derde nacht op zee. Langzaam verschijnen er steeds meer lichten aan de horizon. En dan: wat een geur! We zijn nog geen drie dagen op zee geweest, maar de zeelucht heeft onze reuk blijkbaar dusdanig gereinigd dat we een overweldigende en overheerlijke geur van eucalyptus en dennenbomen waarnemen. Heros had het land natuurlijk al lang geroken. De Spaanse noordkust! We hebben besloten naar de baai van Cedeira te varen. We zijn hier nog nooit geweest, wat het extra spannend maakt hier in de nacht binnen te lopen. De bergen tekenen een indrukwekkend silhouet af tegen de maanloze hemel. Als het sectorlicht wit kleurt weten we dat we in de goede lijn zitten om de rotsen in de ingang van de baai te ontwijken. Het water wordt vlak, de wind valt weg, het anker houdt, welkom in Spanje!