donderdag 17 juni 2021

Cherbourg - Morgat

Na een heerlijk nachtje slapen gooien we weer los in Cherbourg. De buitenhaven van Cherbourg is groot en beschermd door een gigantische pier met een fort erop. Vlak naast de boot duikt een stel dolfijnen op. Ze escorteren ons naar de uitgang van de buitenhaven. Wat een begin van deze tocht!

Er is nog wat weinig wind en we zijn net wat aan de vroege kant vertrokken betreft de stroom. Als de zeilen dan ook nog beginnen te klapperen op de deining besluiten we dan maar even te motoren. Niet onze favoriete bezigheid, maar soms is even af zien, om daar later profijt van te hebben, toch een goed idee. 

Gelukkig, daar is de wind al weer! We hijsen snel de gennaker en varen een prettige snelheid met een heerlijk rustige zee. De stroom begeleid ons langs de kanaaleilanden, waar we op dit moment dubbel onwelkom zijn. Niet alleen is alles wat Engels is op dit moment verboden toegang i.v.m. coronamaatregelen, tevens mag Heros niet per privé jacht hun territorium op. En ik maar denken dat het juist honden waren die last van territoriumdrang hadden….

Als de wind nog wat verder toeneemt verruilen we de gennaker voor een uitgeboomde fok. De wereld om ons heen is zo ongelooflijk mooi. Als ik dé Idee ‘zeilen’ had moeten vormgeven zou het er zo uitgezien hebben als wat we nu aan het doen zijn. Wat een prachtig cadeautje! Voorzichtig van de deining afglijdend zeilen we de nacht vol sterren in, terwijl we een lichtspoor van bioluminicerende algen achterlaten. Het is duidelijk te merken dat we de nauwte van het kanaal achter ons laten. De Atlantische oceaan is al goed te voelen in de bewegingen van het water om ons heen.

Half twee ‘s nachts. Een visser. Hij gaat voorlangs. He?! Nee, nu gaat hij toch weer achterlangs. Nu zie ik beide boordlichten. Ik probeer uit te wijken voor dit lichtenspektakel, maar het schip verandert ook steeds van koers en komt dan weer op ons af. Ook de AIS heeft de visser uitstaan.

Ik pak een zaklamp en schijn in de zeilen in de hoop dat er ten minste iemand wacht houdt en af en toe om zich heen kijkt. Op een paar honderd meter afstand verandert de visser drastisch van koers, waarna ook de AIS aangezet wordt. Overduidelijk is hij ook geschrokken van ons. De vissenverslindende ‘Barentszee’ verdwijnt achter ons in de nacht.

De rest van de nacht laten de sterren zich zien. In de ochtend neemt de wind weer wat af en we hijsen de gennaker weer. Onder droomomstandigheden glijden we over het water richting het ‘Chanal du Four’, een smal vaarwater tussen de vaste wal aan de oostkant en een partij rotsen en eilandjes aan de westkant. Of het nu aan het weer ligt, of aan de invloed van het land, op het moment dat we bij de nauwte aankomen verdwijnt de wind. Helaas is de stroom ook net gekenterd en krijgen we de komende uren alleen nog maar meer stroom tegen.

Dankbaar voor zo’n mooie tocht besluiten we ‘mister Perkins’ nog maar even te laten werken. Het stroomt hier veel harder dan Navionics aangeeft. Af en toe hebben we zeker 3,5 á 4 knopen stroom tegen. Dan zijn we het nauwste punt voorbij en de stroom neemt beduidend af. Voor ons de ‘Rade de Brest’ met als eerste baai het ons bekende ‘Camaret sur Mer’. Nog mooier dan in mijn herinnering…



De volgende ochtend kan ik bijna niet wachten op de kant op te gaan. Niet alleen het strand is prachtig, om iedere hoek vinden we weer een nieuwe verrassing. Steile kliffen, weidse graslanden, bos, baaien met helder zeewater dat tegen de rotsen slaat en overal bloemen! Terug op het strand zwem ik voor de eerste keer deze reis. Het water is nog goed fris (12-13 graden Celsius), ik hoop er aan te wennen, brrr… maar lekkerrr! Het stukje roeien van de Deinemeid naar het strand voert ons over een soort onderwaterbos van zeeplanten. Er groeit hier zeewier met zuignappen als een octopus, waarmee het zich vastzuigt aan stenen op de bodem en haar lange wieren in het water laat zwieren.


 

Na een paar dagen Camaret besluiten we naar Brest te varen om wat post op te halen en weer eens wat klusjes uit te voeren. Gelukkig vinden ze het in de haven van Brest heel normaal om op de steiger stukken badkamer in elkaar te zagen. Ik fiets uren om een bouwmarkt te vinden en leer een wijze les: berg op met de vouwfiets is zwaar en berg af spannend! Na heel wat halfbakken Frans en gebarentaal kom ik dan toch weer thuis met wat ik nodig had en we vieren feest op een leuke boot (de Wervelwind) met nog leukere Nederlanders er op. De volgende dag mogen we meerijden met de huurauto van onze nieuwe vrienden en slaan goed wat houdbaar eten en drinken in, deze kans krijgen we voorlopig waarschijnlijk niet meer!



We hebben weer genoeg van de stad en Heros heeft het al helemáal gehad met alle toeschouwers op de pier. We besluiten richting Ouessant te varen, ik denk het westelijkste stukje Frankrijk op het Europees continent. Er is niet veel wind, dus mag de oude grote genua haar kunsten weer laten zien. Wederom zijn de omstandigheden zo mooi! Geen wonder dat zeilen hier zo’n populaire sport is. De ingang van de baai van Ouessant (Eusa in het Bretons) is werkelijk spectaculair! Overal om je heen hoor je de deining op de rotsen slaan en de meest prachtige mini baaitjes openen zich naast ons. Achterin de baai liggen heel wat mooringboeien en we kiezen er een uit die wat buitenop ligt. Voldaan vieren we de avond.



De volgende dag. Marijn stelt voor een lange wandeling te maken, zin! We lopen en lopen en lopen. Je moet wel een hele goede schrijver zijn om over te brengen wat we nu weer zien. Ik laat het daarom bij wat foto’s hieronder in de hoop dat die voor zich spreken:














Vannacht lagen we flink te halen. De baai is nauwelijks beschut tegen deining uit het westen en zelfs de kopjes staan niet meer veilig op tafel door het rollen van ons schip. In de voorspelling staat dat de deining de komende dagen alleen nog maar toe zal nemen. We besluiten dus maar weer een stukje te gaan varen. Doel: Morgat.



Met langzaam toenemende wind lopen we goed vaart onder de gennaker. Marijn staat heerlijk te genieten terwijl we met dik 8 knopen door het water!!! met de deining mee varen. Bij de ‘Cap de la Chevre’ (Marijns Kaap Schaap ;)) verruilen we de gennaker voor de kluiver en de kleine fok en we varen aan de wind, vlak onder de kust richting Morgat. Terwijl we zo door het glad geworden water glijden bedenk ik me wat een rijkdom het is om alleen al ‘te zijn’ in zo’n mooie omgeving. De overweldigende schoonheid van de natuur lijkt er toe te leiden dat de meest simpele basis activiteiten (eten, slapen, ademen, kijken, denken) al meer dan genoeg voldoening geven in een dag. Het zeilen is daar natuurlijk een welkome aanvulling op, als niet onderdeel van. Maar toch, wat is dit een wezenlijk ander bestaan dan in het betonnen oerwoud van Amsterdam, hoe mooie stad het ook is… In zo’n prachtige omgeving als hier is alles al snel goed!





vrijdag 4 juni 2021

Duinkerke - Cherbourg

 


Bij aankomst in Frankrijk heersen de coronamaatregelen nog strikt over het land. Om 6 uur in de avond begint de avondklok en zelfs op de steiger van de jachthaven loopt iedereen met een mondkapje op. Het is er dan ook heerlijk rustig, wat ons een luxe positie geeft bij het verkennen van de stad. We bezichtigen de mooi gelijnde windjammer Duchesse Anne, de boei met een Sirene en een leuk strand om met de hond te wandelen. We doen nog wat kleine klusjes aan de boot, onder andere het vervangen van de VHF antenne splitter (waardoor we nu eindelijk goed zichtbaar zijn op de AIS) en zetten dan koers richting Calais.

Het is mooi weer en onder vol tuig varen we aan de wind. Volgens de voorspelling draait de wind later nog wat, dus we zetten de slag wat verder door naar het noorden in de hoop het straks bezeild te hebben. We kruisen tussen de banken door en het water is vrij vlak.

 Langzaam trekt de wind verder aan en natuurlijk draait de wind precies de andere kant op, haha. We steken het eerste rif, dan de fok er tussen uit, dan het tweede rif er in…. Intussen zijn de wind tegen stroom golfjes mooi opgebouwd, zeker nu we de beschutting van de ondieptes hebben verlaten. Dan komt Calais al in zicht. De aanloop naar de haven is afgedekt met een ondiepte waarbij op de kaart bijgeschreven staat: ‘Waarschuwing! Er zijn hier kleinere dieptes dan op de kaart gemeld!’. Hoewel we in theorie al kunnen afvallen richting de havenmond, besluiten toch nog maar twee extra klapjes te maken, om zo met ruim water onder de kiel op de havenlichten aan te sturen. 


Vanuit Calais varen veel grote veerboten. Er is dan ook een actieve verkeersleiding aanwezig, die ons toestemming verleent de haven binnen te varen nog bovenop de stoplichten die je hier langs de kust vaker ziet bij wat grotere havens. Het gevaar van de veerboten wordt duidelijk zichtbaar als we de haven binnen varen: Er ligt een Nederlands jacht met een doordemiddengeknakte mast, compleet vervormde preekstoel en nog veel meer schade aan de steiger. Oorzaak? De veerboot een zoentje te geven. Dat wil je dus niet!



Calais overtreft al onze verwachtingen. Niet alleen is de haven erg ontspannen en voorzien van misschien wel de beste havendouches ooit, tevens hangt er een zeer ontspannen sfeer, zijn de mensen uiterst vriendelijk (en dat voor Fransen!) en we kunnen ons hier ook nog eens in laten enten! Voor de gehele komende week is de voorspelling west tot zuidwesten wind, kracht 6 tot 10! We besluiten het er dus maar even lekker van te nemen. We maken een afspraak voor een prik Moderna en natuurlijk weer een lijstje met bootklusjes die we ons voornemen te doen. Met een net aan de railing wordt het als het goed is een stuk moeilijker voor hond, zeil en mens om overboord te spoelen en een uurtje in de mast maakt ons beter zichtbaar door een nieuwe radarreflector en geeft de zaling een haakje om de kotterstag achter te haken wanneer we deze er tussen uit willen hebben.


Met de prik in de bloedbaan begint het toch wel erg te kriebelen om weer verder te zeilen, we willen naar het mooie weer! Even de marifoon aanzetten en we zijn snel weer genezen. Met windkracht 10 vragen zelfs de grootste vrachtschepen in het kanaal om toestemming om van de standaard routes af te wijken, omdat ze anders te veel gevaar lopen door de golven.



Captain John, een man van in de 80 en met een traditioneel dik gebouwde houten motorzeiler vermaakt ons een avond lang met de meest geweldige avonturen uit zijn leven. Van hoe hij als jongetje van 8 alleen het kanaal overzeilde en daarvoor zo’n pak slaag kreeg dat hij een maand niet meer kon zitten, tot aan de oude dametjes bij wie hij ging eten in de flat naast de jachthaven. Geen film die hier tegen op kan!

Dan, als we ons bijna niet meer kunnen voorstellen dat het ooit wel eens anders waait dan hard en tegen, komen er gunstige winden in de voorspelling. In de avond varen we vast de haven uit (er is een getijde drempel) en knopen vast aan een van de mooringboeien vanwaar je op ieder moment in het tij kan vertrekken. De volgende ochtend heel vroeg hijsen we de zeilen en benutten de volle stroom mee verder de kust van Frankrijk af. Het plan is om naar Cherbourg te varen. Met 3 knopen door het water en af en 7 over de grond spoelen we die kant op. Als we net iets voor Boulogne sur Mer zijn valt de wind volledig weg. Het is een prachtig gezicht, die spiegelgladde zee. De stroom die we tot nu toe mee hadden zal zich echter spoedig tegen ons keren en dan hebben we toch echt wat wind nodig om niet weer terug naar Calais te spoelen. We besluiten het plan daarom aan te passen en varen Boulogne sur Mer binnen om de volgende ochtend weer vroeg te vertrekken met de stroom weer mee en hopelijk ook weer wat wind.

Boulogne is een échte stad! De coronamaatregelen zijn inmiddels ook in Frankrijk wat versoepeld en rond het middaguur bruist het van de mensen op straat. Bergen op de achtergrond geven ons het gevoel dat we al echt een eindje op weg zijn. Het verval in de haven van Boulogne is gigantisch. Vandaag is er meer dan 9! meter verschil tussen hoog en laag water.



De volgende ochtend vertrekken we met zonsopkomst. Het wachten blijkt de moeite waard geweest. We zetten de fok te loevert en hijsen aan lij de gennaker er tussen. We glijden heerlijk over de vlakke zee. Onderweg krijgen we bezoek van dolfijnen. Ik weet niet hoe het komt, maar het lijkt alsof iedereen altijd gelukkig wordt bij het zien van deze dieren. Vandaar wellicht ook de naam.


Gedurende de dag trekt de wind aan en in de avond surfen we met 11 knopen van de golven af met 2 reven in het grootzeil en de fok te loevert. Het is zeker een kick om zo te varen. Nu het langzaam donker begint te worden mag het van mij echter toch wel wat rustiger. Marijn geniet nog ff goed van z’n adrenaline kick en dan, voor mijn eerste wachtje begint haal ik het grootzeil naar beneden en varen we (nog steeds met 7 knopen door het water) op alleen de fok de nacht in.

Het is onze eerste overnachtse tocht van deze reis en Heros heeft nog nooit een nacht doorgezeild. Hij moet dan ook ff wennen dat alles binnen nog steeds beweegt. Slingerende handdoeken en jassen, een klotsende wasbak, een schommelend fruitnet, het lijkt alsof voor hem alles tot leven gekomen is. Heros slaapt vannacht daarom op de zitzak onder het helmhout. Wat ik dan wel weer erg gezellig vind, zo samen op wacht! De combinatie van wind en stroom zorgt voor een mooie ‘Mer Agité’. Met het slingerschot in de wachtkooi pakken we allebei toch nog een uurtje slaap.

Met de ochtendzon komt ook de zee tot bedaren en nog dezelfde morgen, glijden we de haven van Cherbourg binnen. Wat is het water hier helder en mooi!



zaterdag 15 mei 2021

Breskens-Duinkerke

 


De voorspelling beloofd weinig wind. We gaan vroeg weg om nog wat stroom mee te pakken. Nu maar hopen dat er genoeg wind blijft staan om in België te komen. Ik heb de yankee vervangen voor Jenny, de grote genua. Jenny is mijn lievelingszeil en ik ben blij dat ik haar weer eens kan hijsen. Ruime wind laten we Breskens achter ons en zetten koers richting de Vlaamse zuiderburen. De wind zwakt verder af en komt nog ruimer in. We besluiten dat andere zeil dat we zo weinig gebruiken ook maar weer eens omhoog te trekken. Spinnaker up!




Het lijkt erop dat de Spi blij is weer eens buiten te mogen spelen en we maken weer wat gang, ook al is de stroom inmiddels gekenterd. Het is hemelvaartsdag en we zijn niet de enige die zin hadden in een stukje zeilen. Voor ons zien we een racejacht zijn spinnaker weghalen. Zou de wind daar anders zijn? Geconcentreerd houden we de wind, wolken en het water in de gaten. De wind draait wat en zakt dan helemaal in. Aangezien we tegen de stroom in varen gaan we over de grond nu achteruit, terug naar Nederland… Dat was niet de bedoeling! Zullen we hier even ankeren in de hoop op terugkeer van wat wind of toch maar het ijzeren zeil? We besluiten de motor te starten nu de stroom nog niet al te hard tegen loopt en ik bereid me voor op een paar saaie uurtjes. Motoren is niet mijn ‘lievelings’, om het maar zacht uit te drukken. Hoewel het natuurlijk altijd fijn is als ‘Mr. Perkins’ het weer doet.

Gelukkig duurt de windstilte niet lang en tegen alle voorspellingen in trekt de wind aan uit de richting waar we naartoe willen. We hijsen snel de kotterfok en met een flinke windkracht 5, misschien wel 6 komen we weer goed tegen de stroom in, zelfs kruisend tegen de wind in. Na een tijdje wordt de wind wat stabieler en neemt tevens weer wat af. Ik sla de yankee aan boven Jenny, die nog aan de voorstag vastzit. Met ons standaard tuig van grootzeil, kotterfok en yankee kruisen we nu dapper door tegen de stroom in en Oostende komt in zicht. Marijn heeft sinds ik hem ken een zwak gehad voor deze Vlaamse havenstad met rijke gastronomie en lange stranden.

Na een lange zeildag varen we voldaan de haven binnen. Gelukkig hadden we nog eten over van gisteren en kunnen we zo een bord pasta met Marijn befaamde rode saus naar binnen werken.



De slaap is lang en diep en de volgende morgen verdiepen we ons in de mogelijkheden om een non-Covid verklaring te bemachtigen om Frankrijk te mogen bezoeken. Het blijkt goed geregeld in België: op een half uurtje lopen is een ziekenhuis waar we ons deze morgen nog kunnen laten testen! We gebruiken de wandeling om meteen de stad te beleven:

Oostende is afgeladen met mensen, wellicht dat het hier ‘normaal’ nog drukker is, maar sinds Corona ben ik niet meer op zó’n drukke plek geweest. De terrassen zitten vol, mensen botsen tegen je op, de stranden zijn bepakt met chillende ouders en spelende kinderen en alle bankjes op de boulevard zijn bezet met drinkende en snackende mensen. Ik merk dat het me moeite kost hier in mee te gaan. Ruim een jaar aan ‘social distancing’ heeft zich in m’n intuïtie gevestigd en als ik er een heb komen er nu wel heel veel mensen in mijn aura.


Voor het ziekenhuis licht een groot park. Op de overgang van park naar ziekenhuis staan twee kleine containertjes waar we, na betaling in het ziekenhuis, binnen een paar minuten getest zijn. Nu is het afwachten tot we de uitslag hebben, hopelijk natuurlijk negatief, om naar Frankrijk te mogen.

We hebben wat rondgevraagd aan andere zeilers en één ding is duidelijk: je kunt je in Frankrijk maar beter aan de voorschriften houden, wil je er een fijne tijd hebben.

Tot onze verrassing hebben we dezelfde middag al de uitslag in onze mailbox, wat goed uitkomt aangezien het tij morgenochtend vroeg richting Frankrijk staat vanaf hier. Ook de windvoorspellingen zijn gunstig voor morgenochtend, terwijl in de middag en tot zover we kunnen kijken enkel harde wind tegen voorspeld wordt. Na een heerlijke douche bij de jachtclub kruipen we dus vroeg onder de deken.





Ik wordt wakker van een zware motor, vlakbij mijn hoofd. Wat is dit? Is het niet nog midden in de nacht?! Het blijkt toch nét ochtend te zijn en als ik mijn hoofd uit het luik steek blijken er twee vissersschepen vlak voor onze boot te liggen, dwars op de steiger waar wij aan aangemeerd zijn. Nu heb ik het meestal niet zo op vissers, omdat ze nu eenmaal veel dieren vermoorden, veel spullen in het water gooien die ze al dan niet weer eens ophalen en die je al dan niet kunt zien in het donken en vaak onvoorspelbaar varen, terwijl ze grote golven trekken. Deze visserman manoeuvreerde zijn schip echter heel voorzichtig voor onze boeg langs en met finesse legden ze vervolgens aan op de steiger om de hoek. Helaas, toen ik daarna met Heros ging wandelen lag de steiger vol met vissenkoppen, lagen er plastic handschoenen in de zee en dreven overal ingewanden.





De wind is voorspeld in de ochtend nog aardig zuidelijk te zijn en in de loop van de ochtend parallel aan de kust en dus tegen te draaien. Met het eerste stroompje mee zetten we koers onder standaard tuig richting Duinkerke. Ik heb een route in de plotter gezet, want er zijn nog wel wat ondieptes om rekening mee te houden hier onder de kust. Langzaam loopt het log op: 6,5; 6,8; 7,5;7,9;8,2. We maken goed gang en toch voelt het zó rustig! 8,5;8,8; 9,2! In de beschutting van de zandbanken en aan de hoge wal vliegen we haast over het water. Wat een machtig lekker gevoel. Heros ligt braaf te chillen onder het helmhout. Dan zie ik wat geks in de verte: er drijft iets in het water waar een clubje vogels op zit…



Wat is het? Het lijkt wel een dode walvis! We komen dichterbij en de vogels vliegen weg… Ik kijk nog eens goed. Wel een rare walvis met zo gelijkmatige witte strepen! Het blijkt een zuigleiding te zijn voor het opspuiten van zand. Er lag weliswaar een kardinale boei (de kustlijn ligt er hier vol mee), maar dit was wel echt een bizar gezicht. Op onze navionics-kaart, alsmede onze papieren kaart van een paar jaar geleden staat de slang ook niet vermeld. Wat een geluk dat we hier niet in het donker varen, dat had een nare klap kunnen worden! Ik maak een aantekening in de kaart, mochten we hier ooit nog eens terugkomen.





Op de zandbanken voor Duinkerke liggen de zeehondjes ons te verwelkomen. Met een gemiddelde snelheid van bijna 8 knopen, gewapend met onze non-covid verklaring, ‘tous anti covid’ app en ‘verklaring op eer’ varen we onze eerste Franse haven binnen. Bonne journée!




zondag 9 mei 2021

Harlingen-Zeeland

 

31 Maart 2021, op de achtergrond van Piets weerbericht glijden we langzaam de haven van Harlingen uit. Uitgezwaaid door onze lieve vrienden na een rustige en gezellige winter in Harlingen. Is dit het dan? Het vertrek van onze grote reis? Misschien heeft deze reis gewoon niet zo’n hard begin, enkel een vage overgangstoestand van plaatsgebonden naar ‘onderweg’.

Ik besluit dus maar gewoon dat dit het is. We zijn vertrokken!

Deze eerste dag varen we helemaal naar Kornwerderzand en besluiten daar vervolgens maar een dagje te blijven liggen. Nu we toch vertrokken zijn hebben we immers geen haast meer. Het plan is vanaf hier af te zakken naar Het Zuiden, onderweg een laatste groot-onderhoud-stop makende in Middelharnis. Het Zuiden, wederom zo’n vaag begrip. Het voelt als warmte en daar hebben we allemaal wel zin in. Op naar Het Zuiden dus.



Onderweg stoppen we op de meest exotische plekjes die het Ijsselmeer te bieden heeft om afscheid te nemen van aldaar wonende vrienden en familie. Zo leren we Nederland nog eens kennen! Het is heerlijk om onderweg te zijn en lekker buiten te spelen met de wind en het water. Als we bij Ijmuiden de Noordzee opvaren voelt de bevrijding compleet. Wat is dit fijn!


Bericht over vastlopende jachten en viskotters in het Slijkgat (toegang tot het Haringvliet vanaf zee)... Geen goed plan. Telefonisch contact met de vuurtorenwachter bevestigd dit en we besluiten door Rotterdam te varen: wat een geweld aan zee- en binnenvaart is daar te aanschouwen! Geloodst door de ene na de andere verkeerscentrale manoeuvreren we ons tussen de af en aan varende schepen door. In Rotterdam varen we door prachtige bruggen en vervolgen onze tocht over de Dortse Kil. Vanaf dan wordt het rustiger.




We gaan voor anker in een beschut kommetje. Heros kan lekker los en vermaakt zich kostelijk. ‘s Avonds zit ik op de preekstoel, starend over het water. Ik kan bijna wel huilen van geluk, wat heb ik hier naar uitgekeken!




We zijn al lekker ingeslingerd in het reizigersbestaan. De vrijheid lonkt. We gaan echter nog ff een paar weekjes flink aan de slag. We varen door naar Middelharnis met een mooie lijst klussen.



We mogen en kunnen veel zelf doen en wat ze voor ons doen ziet er goed uit. We toveren het achterdek om tot ‘Solar Farm’, installeren een gloednieuwe giek, vervangen de lieren en bijbehorende plaatjes op de mast en plaatsen stoppers. We vervangen de voorloop voor de grootzeilleuvers door profiel waar de leuvers als het goed is in blijven zitten, in plaats van er lukraak uit te springen wanneer ze daar zin in hebben. We huren de kleinste auto bij het verhuurbedrijf in Middelharnis om twee zeilen op te halen in Makkum. Met een bakwagen voor de prijs van een blikken gebakje rijden we vervolgens naar Friesland om de twee zeiltjes op te halen. De slogan van het autobedrijf: ‘de no-nonsens verhuurder’… We nemen nog één maal afscheid van familie en vrienden en rijden dan weer terug.



Tijd om te gaan! Zijn jullie al vertrokken? Uhm... in ieder geval gaan we weer verder!



Ó, wat zeilt ze lekker, ó, wat is alles makkelijk te bedienen.



Wat een feest is dit!



Op naar Het Zuiden!